Toneel

14 mei 2018
Het Paradijs, Den Haag

Ook deze Paradijs-avond was weer totaal anders dan alle voorgaande. Actrice Tamar van den Dop was op zoek gegaan naar een tekst over sterke vrouwen. Ze was gestuit op een Engelstalige tekst en had die zelf vertaald, met hulp van dramaturg Karim Ameur. Vanavond was de Eerste Lezing. Met zeer beperkte voorbereiding lazen Antoinette Jelgerma en Romana Vrede de tekst voor. Normaal gesproken gebeurt dat zonder publiek, maar in dit geval konden de Paradijs-gangers erbij zijn. Voor mij was het sowieso erg interessant omdat ik toevallig vorige week bij de Eerste lezing van mijn eigen stuk was. Ik kan dus stiekem een beetje vergelijken.

Heel soms kom  je zappend op TV terecht in een Franse of Italiaanse film in zwart-wit, waar je helemaal niets van begrijpt, maar waar je toch niet uit wegzapt. Blijkbaar hoef je het niet altijd te snappen om toch op een bepaalde manier gegrepen te worden. Zo verging het mij vanavond.

Het was een gesprek tussen twee vrouwen. Een vrouw die al 35 jaar in de gevangenis zit wegens terrorisme en een vrouw die moet beoordelen of ze in aanmerking komt voor vrijlating. Ze voerden een zeer diepzinnig gesprek over schuld, vergeving en rehabilitatie, vrijheid en gevangenschap, rede en geloof. Wat ze daarover allemaal te melden hadden, ging mij grotendeels boven de pet. En toch hield ik het zonder veel moeite bijna twee uur lang vol.

Tijdens het nagesprek bleek dat diverse bezoekers veel meer uit de tekst hadden gehaald dan ik. Dus ik ga ervan uit dat mijn onbegrip meer aan mij lag dan aan het gebodene. Het heeft me zeker niet afgeschrikt, volgende keer probeer ik er gewoon weer bij te zijn.

12 mei 2018
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Ik vind het altijd confronterend om bij een voorstelling met een multicultureel tintje te merken dat er ineens een totaal ander publiek in de zaal zit wat voor een andere sfeer zorgt: diverser en levendiger. Waarom lukt het niet dat bij ‘gewone’ theatervoorstellingen te bereiken?

In Melk & Dadels staan vier jonge Marokkaans-Nederlandse actrices op het podium. Ze laten zien hoe het is om dagelijks gezien te worden als vertegenwoordiger van een groep en daarop ook aangesproken te worden. Maar dé Marokkaan bestaat niet, net zo min als dé Nederlander. Iedereen wil gezien worden als individu en beoordeeld op de eigen prestaties en talenten.

Het is een heel kleurrijke voorstelling met muziek, dans, een hoog tempo en veel humor. De goede bedoelingen en de boodschap liggen er duimendik bovenop; het is niet subtiel en er is weinig ruimte voor verbeelding. Maar aangezien ik zelf bezig men met het schrijven van mijn eerste toneelstuk, matig ik mij zeker geen kritiek aan op mijn collega Tofik Dibi. Bovendien is de boodschap belangrijk genoeg om met nadruk gebracht te worden.

Als witte autochtone Nederlander kan je je misschien rationeel voorstellen hoe het is om voortdurend te merken dat je anders bent, maar haast onmogelijk om dat in te voelen. De voorstelling helpt daar een klein beetje bij. De actrices laten in allerlei scènes zien hoe het is om te leven in twee culturen en van beide kanten druk te ervaren. Ze doen dat vrijmoedig, enthousiast, gedreven en met zichtbaar plezier. Ondanks de serieuze boodschap maken ze er toch een sympathieke, vrolijke, prettige voorstelling van!

Concept & Regie Daria Bukvić
Tekst & Research Tofik Dibi
Tekst & Spel Soumaya Ahouaoui, Kyra Bououargane, Fadua El Akchaoui, Khadija El Kharraz Alami

27 april 2018
Het Paradijs, Den Haag

Afgelopen maandag leerde ik in Het Paradijs dat je niet te veel over jezelf moet praten. Toch ga ik dat nu doen. Ik moet toch uitleggen hoe ik bij deze voorstelling terechtkwam.

Ik ben in het theater gespecialiseerd in de rol van publiek. Maar vorig jaar overkwam mij ineens de opwelling om een toneelstuk te gaan schrijven. Tot mijn niet geringe verbazing is dat nog gelukt ook! Het heet: Lente in Babel. De logische vervolgstap was om ook te proberen het uitgevoerd te krijgen. En zowaar: ook dat lijkt te gaan lukken. Ik heb een regisseur gevonden en we zijn nu druk met het zoeken van locaties en acteurs voor onze voorstelling. Intussen wilde ik wel eens iets zien wat hij geregisseerd heeft. En zo kwam ik vandaag weer in Het Paradijs terecht.

Amateurtoneel bevindt zich altijd in het gebied tussen tenenkrommend tussen-de-schuifdeuren-gedoe en bijna-professioneel presteren. Dat gold ook voor deze voorstelling van Odia. De Barones bleek een kluchtig blijspel. Of een blije klucht, daar wil ik van af zijn. Bij zo’n stuk hoort dat het spel niet al te subtiel is, maar een beetje dik aangezet. De meeste acteurs deden dat met verve. En dan moet ik met name de hoofdrolspeelster noemen: Irma Hollander. Zij bleek met deze voorstelling haar zestigjarig lidmaatschap van Odia te vieren. Zestig jaar op het toneel! Dat is toch wel heel bijzonder. In de stijl van Mary Dresselhuys tilde ze het hele stuk een nivautje op. Chapeau!

Ben ik vanavond iets wijzer geworden over ‘mijn’ regisseur? Eigenlijk niet. Ik merkte weer wat ik al wist: dat ik er niet goed in ben om in een voorstelling de hand van de regisseur te herkennen. Ik ben dus heel benieuwd om vanaf komende week de repetities van onze productie bij te wonen en hem zelf aan het werk te zien met de acteurs.

Afgelopen maandag leerde ik ook dat het goed is om een beetje bescheiden te blijven, zelfs als daar geen reden toe is. Ik ga hier dus niet schrijven dat mijn tekst veel beter is dan de tekst van De Barones!

auteur: Ton Vorstenbosch
regie: Pierre van Oosten
spel: Irma Hollander, Jet van Riel, Jolanda Strik, Gerard Nelck, Arthur Verheul, Frank de Vries

23 april 2018
Het Paradijs, Den Haag

Ik vond het weer tijd voor een avondje Studio Paradijs, waarin de acteurs van Het Nationale Theater op alle mogelijke manieren experimenteren met toneel. Vanavond verzorgde Hein van der Heijden een openbare les acteren. Zeg maar gerust: een masterclass. Ik zal hier beschrijven hoe ik het heb ervaren. Maar laat ik het niet te veel over mezelf hebben, het gaat om wat er op het podium te zien was.

In verschillende opzichten is zo’n openbare les een waagstuk. Ten eerste vindt een les normaal gesproken plaats in beslotenheid en intimiteit, niet in het openbaar. Hij moest toch een sfeer van vertrouwen creëren. Ten tweede wist hij vooraf niet met wat voor klasje hij te maken zou krijgen. De leerlingen, die zich hadden aangemeld via de website van HNT, bleken niet zulke goede acteurs te zijn. Maar Van der Heijden is zeer ervaren, zowel als acteur als als docent. Voor hem waren de leerlingen, ondanks hun beperkingen, leuk materiaal. Hij stelde zich heel bescheiden volledig ten dienste van zijn pupillen nam met hen zo ongeveer alle aspecten van het vak van acteren door.

In het theater is alles waar en onwaar. Alles is illusie en illusie is alles. Acteren is transformeren: je rol moet onder je huid gaan zitten. Dan wordt het geloofwaardig. Elke acteur voelt zich ongemakkelijk op het podium. De kunst is om de indruk te wekken dat je op je gemak en ontspannen bent.

Van der Heijden gaf technische tips over de vierde wand, de diagonaal, hoe je op het toneel moet lopen, zitten en staan, over het omgaan met rekwisieten, over groot en klein spelen. Hij ging met de leerlingen aan het werk en liet ze elementaire oefeningen doen en improviseren. Hij stelde vragen, gaf soms een aanwijzing of deed iets voor en liet ze verder alle gelegenheid om zelf dingen te ontdekken. Regelmatig illustreerde hij zijn les met voorbeelden, anekdotes en ervaringen uit zijn lange, rijke carrière, maar zonder zichzelf nadrukkelijk op de voorgrond te plaatsen. Het ging immers niet om de docent, maar om de pupillen.

Hij leerde hen dat je als acteur niet moet anticiperen, maar moet in het moment reageren. (“Don’t act, react”, is zijn credo.) Dat het publiek moet kunnen zien en voelen wat er in het hoofd van het personage gebeurt, maar niet wat er bij de acteur van binnen gebeurt. Dat verbazing altijd ruimte en openingen biedt. Dat acteurs niet alleen moeten nemen, maar elkaar ook iets moeten geven. En dan niet alleen een eerste aanbod, maar ook een tweede. Dat je als acteur moet afgaan op je impulsen. Dat je niet op één lijn moet spelen, maar altijd moet zoeken naar grilligheid en tegenkleuren. Dat het bij tekstbehandeling heel belangrijk is om emoties in de tekst te druppelen.

Nooit hield hij het bij theoretische tips, altijd liet hij zelf zien hoe het moet of vertelde hij hoe het het zelf wel eens heel goed gedaan had. Het was wonderbaarlijk hoeveel onderwerpen en inzichten hij in korte tijd behandelde. En met hoeveel respect hij de goedwillende amateurs behandelde. Hij gaf geen kritiek, oordeelde niet, sprak niet in termen van goed of fout. Daar ging het vanavond niet om, het ging om het leren. En het was dapper en kwetsbaar dat de leerlingen dit experiment aandurfden. Zij liever dan ik!

Jammer dat er dit keer weinig acteurs van HNT aanwezig waren, want ik denk dat elke Nederlandse acteur zijn/haar voordeel kan doen met de lessen van Van der Heijden. Ik vond het bijzonder boeiend en leerzaam, een voorrecht dat ik erbij kon zijn.

14 april 2018
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Na twee zware Griekse drama’s was ik toe aan een avondje licht toneel en dat is precies wat ik vanavond kreeg. Ik zou Aquarium willen omschrijven als een intelligente klucht. Dat klinkt waarschijnlijk als een contradictio in terminis, dus ik zal het uitleggen.
Het is een klucht in de zin dat het een flinterdun verhaaltje is met heel ongeloofwaardige wendingen. En je kan er regelmatig om lachen.
Het is intelligent omdat je niet gedwongen wordt te lachen om ‘lach-of-ik-schiet-grappen’. Eigenlijk zijn er nauwelijks grappen. De humor zit meer in timing, gebaren, stembuigingen en fijne kleine formuleringen. Bijvoorbeeld: “O, heeft u net als ik ook een aquarium? – Nee, ik heb een brede belangstelling.” En de acteurs zijn ook van ruim boven het kluchtniveau. Guy Clemens en Annick Boer spelen prima. Ik ben al heel lang een fan van Jacqueline Blom. En Pierre Bokma is de beste van allemaal.
Het is simpelweg genieten van ongecompliceerd kwaliteitstheater.

 

12 april 2018
Theater aan het Spui, Den Haag

Al een jaar of tien heeft Toneelgroep Amsterdam La voix humaine op het repertoire, een monoloog waarin Halina Reijn een vrouw speelt die wanhopig is omdat haar partner haar heeft verlaten. Ze belt hem en dat leidt tot een moeizaam gesprek. We zien en horen alleen haar, niet hem. Je kan alleen op basis van haar reacties gissen naar de antwoorden van de afwezige ex. Zij komt heel ongelukkig en labiel over, hij als een botte klootzak. Ik zag deze voorstelling twee keer.

Ramsey Nasr schreef en speelt met De andere stem zijn antwoord op La voix humaine. Nasr: “Het leek me een logische vraag: wat heeft die man aan de andere kant van de lijn te zeggen? Dit is het verhaal van twee mensen, verslaafd aan de ander, wetende dat ze nooit voor elkaar werden gemaakt.”

Dit keer zien en horen we de man en niet de vrouw. Hij is nog steeds niet erg sympathiek, ook niet tegenover zijn nieuwe vriendin, maar je krijgt er wel begrip voor dat hij met een zo verknipte vrouw niet kon leven. Hij is soms bikkelhard, maar tegelijk net zo gekwetst als zij. En hij kan haar niet loslaten. Uit bezorgdheid? Uit schuldgevoel? Of houdt hij toch nog van haar? Waarschijnlijk is het een combinatie.

Foto Jan Versweyveld

Ik vond De andere stem niet zo beklemmend als La voix humaine. Haar wanhoop is indringender dan zijn twijfel. Maar het was erg interessant om nu ook de andere kant van de medaille te zien, het andere perspectief. En om de andere stem te horen.

11 april 2018
Theater aan het Spui, Den Haag

Het toeval wilde dat ik voor de tweede keer in enkele dagen een stuk zag gebaseerd op een eeuwenoude Griekse tragedie. Weer twee uur lang lange lappen tekst. Tekst die in moderne oren wat ouderwets, gekunsteld en pathetisch klinkt (“Beveel uw ogen om uw bedoelingen niet te verraden”). Ook wel mooi, maar het vraagt inspanning van de toeschouwer om dat eruit te halen.

De Trojaanse Oorlog is voorbij. De Grieken hebben Troje verslagen en vernietigd. Tegen deze achtergrond houdt Orestes van Hermione, Hermione houdt van Pyrrhus, Pyrrhus houdt van Andromache, Andromache houdt van Hector – en Hector is dood. Vier onmogelijke liefdes. Alle vier proberen ze te krijgen wie en wat ze verlangen. Soms oprecht, soms doortrapt. Soms met goede daden, soms met slechte. De personages raken steeds verder verstrikt in hun hartstocht. Andromache komt voor een duivels dilemma te staan. Trouwt ze met Pyrrhus, die haar echtgenoot doodde, om het leven van haar krijgsgevangen zoon te sparen? Of blijft ze haar man trouw en offert ze daarmee haar zoon op? Zoals het hoort in een tragedie loopt het met alle vier de hoofdpersonen niet goed af.

Foto Sanne Peper

Als een toneelstuk vooral draait om tekst, is het aan de acteurs om het spannend en boeiend te maken. Aanvankelijk lukt dat alleen Roeland Fernhout en Kirsten Mulder. Zij zorgen voor de pieken in een verder vrij vlakke voorstelling. Het vreemde is dat in het laatste halfuur de sfeer omslaat. Dan zorgt ook Ellen Parren voor vuurwerk en vliegen de vonken van de speelvloer naar de tribune. Wat mij betreft redde het laatste halfuur de avond en zorgde het ervoor dat ik toch met een positieve mening de zaal verliet.

tekst Jean Racine
regie Olivier Diepenhorst
met Roeland Fernhout, Kirsten Mulder, Ellen Parren, Matthijs IJgosse, Steven Ivo

7 april 2018
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Ik vind het leuk om elk seizoen een première mee te maken. Dit keer was mijn keus gevallen op deze voorstelling van HNT. Eigenlijk kon je daar als willekeurige theaterbezoeker niet zomaar een kaartje voor bestellen, maar dankzij mijn speciale contacten als speciale Vriend van HNT was het toch gelukt. Soms merk je nauwelijks iets bijzonders bij een première, maar dit keer was het een avond met allure en met veel bekende gezichten. Volgens mij waren er, naast mijn groepje, vooral genodigden. En waar de schouwburg na afloop meestal vrij snel leegstroomt, was er nu een drukke nazit. Met bubbels en muziek. Geen doorsnee-avondje schouwburg dus. Leuke ervaring.

“Bloed eist bloed.” Dat is oppervlakkig gezien de kern van het verhaal van de Oresteia van Aischylos uit 460 voor Christus. Een vader (Agamemnon) offert zijn dochter (Iphigeneia) om de goden gunstig te stemmen. De moeder (Klytaimnestra) vermoordt als vergelding de vader. En de zoon (Orestes) wreekt, aangespoord door zijn zus (Elektra), de vader door de moeder te doden. Een gezellig familiedrama.

Foto Sanne Peper

Maar ik zag er ook iets in dat universeel is en van alle tijden. De mens verhult zijn lage motieven achter hogere machten en verheven doelen. Hij schrijft zijn beslissingen en de verantwoordelijkheid ervoor toe aan goden, profeten, het lot en het noodlot. Hij zoekt betekenis in dromen en hallucinaties, waarheid in vloeken en voorspellingen. Zo rechtvaardigt hij slechte daden als oorlog, dood, moord en vernietiging. De schuld voor het leed dat hij aanricht, legt hij buiten hemzelf.

In mijn beleving gaat Oresteia over wraak en rechtvaardigheid. Wraak leidt steeds weer tot nieuwe wraak. Maar: “Kwaad met kwaad vergelden is rechtvaardigheid en rechtvaardigheid is heilig.” Om aan deze eindeloze bloedwraak een einde te maken, wordt een rechtbank ingesteld. De eerste in de geschiedenis. Daar draait het om de vraag: Is de moord op de moeder gerechtvaardigder dan de moord op de vader en echtgenoot? En waarom? Er moet niet alleen een uitspraak komen, maar iedereen moet die uitspraak ook accepteren. Om uit de vicieuze cirkel van geweld te komen is vergeving nodig in plaats van wraak. Dat vergt wijsheid en moed.

De personages proberen in lange betogen hun gelijk te halen. Ze spreken mooie woorden, maar vooral heel veel woorden. Wat mij betreft had er hier en daar wel wat tekst geschrapt kunnen worden om de aandacht beter vast te houden. De acteurs brengen de woorden van hun personages soms vrij zakelijk en afstandelijk, soms met veel emotie. Dat geldt met name voor Anniek Pheifer, Romana Vrede en Hannah Hoekstra. Zij wisten me daardoor te grijpen. Het indrukwekkendst vond ik het laatste deel. Daarin zit Anniek Pheifer minstens een kwartier lang doodstil en zonder een woord te zeggen op het podium, terwijl anderen in gesprek zijn. Haar strakke gezicht en haar priemende ogen zijn echter zo sprekend dat ik vooral daarnaar keek en minder luisterde naar de gesproken tekst.

Al met al was het zware kost. Maar interessante materie en goed tot heel goed gespeeld en daardoor zeker de moeite waard.

Regie: Theu Boermans
Spel: Anniek Pheifer, Romana Vrede, Hannah Hoekstra, Bram Coopmans, Bram Suijker, Hans Croiset, Vincent Linthorst e.a.

 

18 maart 2018
Stadhuis, Den Haag

Het is makkelijk om vanaf de zijlijn te roepen wat er niet goed gaat in de wereld, in de maatschappij, in de politiek. Maar wat doe je zelf? Wat kan de zelf doen? Waar begint e eindigt je verantwoordelijkheid als burger? Hoe overbrug je de kloof tussen burgers en politici? Tot dat laatste doet de voorstelling Niemand wacht op je, die gespeeld wordt in gemeentehuizen en raadzalen, een poging. Mede door een nagesprek. Voor een politiek geïnteresseerd burger, een politicoloog en een beleidsambtenaar zijn dit belangrijke vragen, dus ik was erbij en maakte mijn debuut in de Haagse Raadzaal.

José Kuijpers speelt drie vrouwen die elk op hun eigen manier iets willen doen. Het eerste personage is Jantje, een bejaarde vrouw. Haar motto is: Niet wijzen naar een ander, maar zelf doen. Dus verzamelt ze regelmatig zwerfafval. Haar levensvisie is dat er drie soorten dingen zijn. Alles waar je zelf iets aan kan doen is jouw zaak. Alles waar anderen iets aan kunnen doen is een zaak van die anderen. En alles waar niemand iets aan kan doen is een zaak vaan God.

Het tweede personage is een politica die aftreedt. In haar afscheidstoespraak rekent ze af met zichzelf en met de politiek. Er is steeds minder debat, waarin politici naar elkaar luisteren en zelf nadenken. Een debat bestaat steeds meer uit het afvuren van one-liners om mee te scoren. Dit is mede te wijten aan de media en de publieke opinie. In onze complexe wereld hebben politici weinig macht meer, maar we verwachten wel dat ze ons van alles beloven en nemen hen vervolgen kwalijk dat ze hun beloftes niet kunnen waarmaken. Niemand is onfeilbaar maar politici mogen niet twijfelen, geen fouten maken. Een politiek besluit zou gebaseerd moeten zijn op kennis en debat, niet op de publieke opinie. De politiek is een monster dat mensen en idealen vermorzelt; nieuwelingen beginnen met mooie ideeën en goede voornemens, maar worden vermalen in ‘het systeem’. De politiek raakt steeds meer op zichzelf gericht en steeds minder op de burgers. Wie vertegenwoordig je als politicus eigenlijk?

En het derde personage is min of meer de actrice zelf. Ze worstelt met haar engagement. Ze wil iets doen, maar hoe en wat? En wat is genoeg? Grenzen zijn nodig maar sluiten ook buiten, terwijl ontmoeten zo belangrijk is. In je eentje kan je misschien weinig bereiken, maar gezamenlijk des te meer. Daarvoor is nodig uit te zoeken wat ons bindt, naast al onze verschillen. Haar pleidooi is: Durf te falen en opnieuw te falen. Dat is beter dan niets doen.

In het nagesprek ging het over de voorstelling en over burgerinitiatieven. Te gast was stadsmaker Bram Heijkers (die ik toevallig ken). Hij vertelde over de Binckhorst, waar ondernemers, ambtenaren, projectontwikkelaars, gebruikers en creatievelingen samen proberen te formuleren wat belangrijk is bij de ontwikkeling van het gebied. Zonder bevoegdheden of formele structuur, maar vanuit het gezamenlijk belang van een levendige, aantrekkelijke Binckhorst. Ze wijzen dus niet naar de overheid, maar doen zelf concrete voorstellen en maken zelf concrete plannen.

Tekst: Lot Vekemans
Regie: Madeleine Matzer
Spel: José Kuijpers
Dramaturgie: Martine Manten

15 maart 2018
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Een schrijver uit de Lage Landen verhuist naar Genua. Hij wil daar vorm verruilen voor inhoud. Hij zoekt waarheid en relevantie, en inspiratie om te schrijven. Hij wil Genua, Italië en vrouwen doorgronden. Maar hoe meer hij daarvoor zijn best doet, hoe minder hij ervan begrijpt.

Voortdurend lopen werkelijkheid en fantasie door elkaar. De werkelijkheid van de schrijver die probeert te leven als een Italiaan, maar die net zozeer een buitenlander blijft als de vele Afrikanen die in Genua zijn beland op zoek naar veiligheid, vrijheid, succes, rijkdom en aanzien. En de fantasie van het literaire verhaal dat hij wil vertellen.

Wim Opbrouck speelt met verve de schrijver. Ik had de afgelopen jaren regelmatig goede dingen over hem gelezen en nu zag ik hem voor het eerst live aan het werk. Hij had heel veel tekst en bracht die zodanig dat ik me geen moment verveelde.

Angela Schijf speelt zijn muzen: de vrouw van het been, het mooiste meisje van Genua, een verlopen vamp. Haar lijf, haar ogen, haar blik, haar mysterie: allemaal het aanzien meer dan waard.

Boeiende voorstelling waarin voor de toeschouwer veel te interpreteren valt. Dus anderen hebben er misschien iets heel anders in gezien dan ik.

Tekst: Ilja Leonard Pfeijffer
Bewerking: Jibbe Willems
Regie: Servé Hermans
Foto: Ben van Duin