Maria Kraakman

All posts tagged Maria Kraakman

15 juni 2018
Koninklijk Theater Carré

Wow! Wat een bijzondere, indrukwekkende, meeslepende theaterervaring. Zes uur lang acteergeweld en veel meer. Zo veel geweldige acteurs zie je zelden op één podium.

Het publiek kan tijdens de voorstelling vrij rondlopen in de zaal en op het podium. Daar kan je ook een plekje zoeken om bovenop het spel te zitten. De grime vindt plaats op het podium en daar zijn ook hapjes en drankjes te koop. De ombouw van het decor tussen de verschillende scènes gebeurt met open doek. Te midden van al die bedrijvigheid acteren de acteurs. Het klinkt misschien erg rommelig, maar het is allemaal erg organisch en vanzelfsprekend, het is zeker niet storend. En het is volgens mij behoorlijk uniek.

Romeinse Tragedies bestaat uit drie stukken van Shakespeare over drie Romeinse helden: Coriolanus, Julius Caesar en Marcus Antonius. Ze overleven alle drie hun eigen stuk niet en er vallen nog wel meer doden; het zijn dus met recht tragedies.

Shakespeare betekent: prachtige, sprankelende taal. Over grote, tijdloze thema’s als liefde en dood, trouw en verraad, waarheid en bedrog. Maar ook meer specifieke onderwerpen die in onze tijd heel actueel zijn. Kan je belangrijke besluiten beter laten nemen door de democratische meerderheid van het volk, dat wispelturig is en zich makkelijk laat bespelen en (mis)leiden, of door een verstandige elite die zichzelf verstandiger acht dan het volk? Hoe komt het toch dat hoogwaardigheidsbekleders besluiten vaak baseren op trots, koppigheid, woede, afgunst en eigen belang, verhuld onder een mantel van algemeen belang, fatsoen en rechtvaardigheid?

Foto Jan Versweyveld

De hoogtepunten van de avond waren voor mij de toespraak van Hans Kesting als Marcus Antonius (“Vrienden, Romeinen, landgenoten, leen mij uw oor”) en het wanhopige, hartverscheurende verdriet van Chris Nietveld als Cleopatra. Maar eigenlijk was het één lang hoogtepunt van zes uur. En het nagenieten duurt waarschijnlijk nog langer.

Toneelgroep Amsterdam speelde deze voorstelling voor het eerst in 2007. Dit weekend doen ze het voor de allerlaatste keer. Dus grijp je kans om deze unieke ervaring te ondergaan!

Regie: Ivo van Hove
Met o.a. Gijs Scholten van Aschat, Hans Kesting, Chris Nietvelt, Eelco Smits, Jani Goslinga, Maria Kraakman. Marieke Heebink, Hélène Devos.

9 februari 2018
Stadsschouwburg Amsterdam

Ik heb al heel wat familiedrama’s gezien. Met beschadigde mensen, mislukte levens en veel geestelijke en emotionele ellende. Maar nog nooit zag ik een zo depressief stuk als vanavond, zonder een sprankje hoop of verlichting. In Ibsen Huis is de pater familias, een beroemd architect, zo egocentrisch en verdorven dat hij drie generaties volledig en reddeloos vernietigt, inclusief zichzelf. Het verhaal gaat over het bouwen van huizen, het verbouwen van herinneringen, het oprichten van muren om trauma’s en het instorten van mensenlevens. Over verloren zielen en verschroeide aarde.

Zoals vaker bij TGA is het decor weer heel bijzonder. Dit keer is het een huis dat voortdurend ronddraait. De acteurs spelen hun scènes in de diverse kamers van het huis. Het verhaal is niet chronologisch maar springt heen en weer in de tijd. De acteurs spelen verschillende rollen, maar verschillende acteurs spelen ook samen één rol (het jonge personage en het personage dat twintig of dertig jaar ouder is). Soms is dit heel even verwarrend (wie was dat ook al weer?) maar over het algemeen werkt het goed.

De indrukwekkende cast levert geweldig acteerwerk. Met voor mij dit keer als topper Janni Goslinga. In haar Caroline meende ik het ongrijpbare van Hilde Wangel uit Solness te herkennen.

foto: @ jan versweyveld

Het vaste vrijdagse nagesprek was heel interessant. Maria Kraakman en Maarten Heijmans vertelden hoe het stuk tot stand is gekomen. Regisseur Simon Stone schreef de tekst op basis van zes stukken van Ibsen. Daar ontleende hij de personages en de thematiek aan. Van een personage uit het ene stuk maakte hij de broer van een karakter uit een ander stuk. Het schrijven deed hij tijdens de repetities; toen ze begonnen was er nog nauwelijks tekst. Maria Kraakman gaf nog een mooie omschrijving van acteren. Je kunt niet elke avond de emoties van je personages doorleven. Je doet alsof, maar wel zo echt mogelijk.

Met: Hans Kesting, Maria Kraakman, Janni Goslinga, Maarten Heijmans, Bart Slegers, Aus Greidanus jr., Celia Nufaar, Claire Bender, Eva Heijen, Bart Klever, David Roos.

11 mei 2016
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

De eerste minuut zat ik me groen en geel te ergeren aan al het gekuch. Ik heb vaker luidruchtige zalen meegemaakt, maar dit was misschien wel de ergste. Het leek op een wedstrijd wie het hardst, het langst, het vaakst of het onsmakelijkst kon hoesten. Gelukkig ging ik al snel op in de voorstelling en vergat ik het publiek.

Een man en een vrouw zijn wanhopig op zoek naar echte liefde. Ze vinden elkaar in wat eerst een eenmalige ontmoeting lijkt, maar vervolgens toch een soort relatie blijkt te zijn. Geestelijke liefde vinden ze niet, wel fysieke. Die is primitief, ruw, agressief en dierlijk, maar ook eerlijk en kwetsbaar. Expliciet maar zeker niet plat.  Als ze uiteindelijk, tot hun eigen verbazing, van elkaar gaan houden, beseffen ze meteen dat hun liefde gedoemd is te mislukken. Ze zijn niet in staat er iets van te maken en zich aan elkaar te binden. Ze blijven elkaar ontmoeten, afstoten en aantrekken. Ze worden daar beiden niet gelukkig van en er komt dan ook onvermijdelijk een eind aan hun veelbewogen samenzijn.

foto Sanne Vogel

Het komt niet vaak voor dat Gijs Scholten van Aschat in de schaduw staat van zijn tegenspeler. Maria Kraakman krijgt dit voor elkaar. Ze wordt daarbij geholpen door het verschil tussen hun rollen. Hij is nogal vlak en geremd. Zij is intens: dan weer ingetogen, dan weer speels en uitbundig. Ze springt, holt, danst, schreeuwt, lacht. Haar licht hysterische gedrag overtuigt en raakt. Kraakman speelt haar rol geweldig. Ik vond het alleen al ongelooflijk hoeveel emotie ze – zonder woorden – in haar ogen weet te leggen als ze naar hem kijkt.

De voorstelling is treurig en mooi tegelijk.

Regie: Luk Perceval
Tekst: Hugo Claus
Muziek: Jeroen van Veen

5-2-2016
Stadsschouwburg, Amsterdam

Het was een spannende avond omdat De stille kracht (gebaseerd op het boek van Couperus) vol spanning zit. Spanning tussen mens en natuur. Spanning tussen culturen: tussen westerse macht en oosterse weerstand, tussen westerse ratio en oosterse stille kracht. En er zijn allerlei soorten spanning tussen de personages.
De muziek (live gespeeld door Harry de Wit), het decor en de kostuums roepen subtiel een moderne variant op van de sfeer van het oude Indië. Er zijn spectaculaire weersomstandigheden: een regengordijn, grondnevel en als climax een tropische stortbui die over het toneel raast.

Vanuit een westers superioriteitsgevoel willen de Nederlanders hun beschaving naar de inlanders brengen. Ze stuiten daarbij op de stille kracht van bezwering en bijgeloof, van oosterse magie en mysterie. Ze willen die niet serieus nemen, maar ervaren stuk voor stuk dat er meer is dan zij met hun westerse manier van denken kunnen verklaren.
Gijs Scholten van Aschat zit als hoog ambtenaar aanvankelijk vol integere bedoelingen. Hij wil de inheemse bevolking veel goeds brengen. Maar hij raakt steeds meer bevangen door de invloed van de stille kracht op zijn bestuur en zijn gezinsleven. Lang blijft hij koppig strijden, maar uiteindelijk moet hij op alle fronten zijn nederlaag erkennen.
Bij Halina Reijn, zijn vrouw, vertaalt de stille kracht zich eerst vooral in ongebreidelde fysieke hartstocht, waar ze vrij zorgeloos (en emotieloos) enig plezier aan beleeft. Maar later nemen zorgen en angst de overhand. Ze vlucht in een onduidelijk bestaan.
Maria Kraakman, de vrouw van een ambtenaar, voelt zich vanaf het begin niet thuis in de kolonie. Nuchterheid en praktische bezigheden houden haar een poosje op de been, maar ze raakt door de stille kracht steeds ontheemder. Gedesillusioneerd gaat ze terug naar Europa.

Al met al zorgden vorm en spel voor een mooie voorstelling. De regie was natuurlijk weer van Ivo van Hove. De acteurs waren verder o.a. Jip van den Dool, Mingus Dagelet, Leon Voorberg, Gaite Jansen, Marieke Heebink, Vanja Rukavina en Dewi Reijs.

Na afloop beantwoordden Jip van den Dool en Vanja Rukavina vragen van het publiek. Ze vertelden onder meer hoe ze zich hadden voorbereid op hun rol, hoe het is om te spelen in de regen, dat ze na een pauze van enkele maanden slechts één repetitie hadden om hun rol weer op te pakken en waarom ze het stuk nog actueel vinden.

23-1-2016
Stadsschouwburg, Amsterdam

Voor de tweede keer was ik bij een middag Spelen met de werkelijkheid van Toneelgroep Amsterdam, vooral bedoeld voor mensen die zelf ook (willen) toneelspelen. Zo’n middag kent vaste onderdelen.

Eerst gaan de deelnemers in groepen de vloer op om onder leiding van TGA-docenten allerlei speloefeningen te doen. Het gaat daarbij vooral om het spelen, niet om verdieping (wat voor karakter speel je, waarom doet jouw personage wat het doet). Omdat het podium voor mij geen fijne plek is, heb ik dit onderdeel deze keer aan me voorbij laten gaan.

Vervolgens geeft een TGA-acteur een masterclass. Een aantal deelnemers mag in het decor van de echte voorstelling een scène spelen. In dit geval was dat Maria Kraakman, die meespeelt in de voorstelling De stille kracht. Via zeer verschillende opdrachten voor dezelfde scène gaf ze allerlei tips, suggesties en lessen over acteren:

  • Bij samen spelen is contact het belangrijkste. Als het goed is, geeft je tegenspeler je kadootjes die je in je eigen rol kan gebruiken.
  • Kies altijd een belang / houding / voornemen voor je personage. Dat hept je bij het acterenn, het geeft richting.
  • Repeteren is het onderzoeken van mogelijkheden. Durf dus te overdrijven, dat maakt scherper duidelijk wat wel werkt en wat niet.
  • Vraag je af welke boodschap je wilt geven en welke boodschap overkomt.

Het was weer heel boeiend om te zien wat je allemaal met een scène kan doen en hoe kleine aanpassingen het karakter van een scène totaal kunnen veranderen.

Na de masterclass krijgen de deelnemers de gelegenheid de acteur vragen te stellen. Ook dit leverde interessante inkijkjes op in het acteervak.

  • Een acteur is zijn eigen instrument; hij bespeelt dat zelf.
  • Je bent tegelijk bezig met je personage en met jezelf.
  • Repeteren heeft altijd iets gênants.
  • Wat kaan je doen in een scene waarin je wel op het podium staat, maar geen contact hebt met andere personages? Kijken en luisteren, zien wat er gebeurt. Dat is altijd waarmee je als acteur moet beginnen.
  • Wie vult in hoe een personage precies moet zijn: de acteur of de regisseur? De acteur bedenkt en biedt aan, de regisseur reageert daarop.
  • Hoe leer je je tekst? Dat is waarschijnlijk het minst leuke onderdeel van acteren. Het vergt discipline en herhaling.
  • Wat is het verschil tussen acteren op het toneel en in een film? Bij toneel gaat het om de vorm. Als die goed is, gaat het publiek erin mee. Bij film gaat het om geloofwaardigheid.
  • Als je praat over acteren kan je niet alles benoemen. Het gaat om een mix van vakmanschap en magie. Dat laatste is heel ongrijpbaar.
  • Hoe voorkom je routine als je een voorstelling vaak speelt? Dat risico is er altijd. Het is een kwestie van vakmanschap om hiervoor te waken.
  • Maria Kraakman heeft onlangs te maken gekregen met een vervanging van haar tegenspeler. Wat betekent dat voor een acteur? Je rol blijft hetzelfde, maar een andere tegenspeler maakt op een andere manier contact, zegt dingen op een andere manier. Daar moet je dus ook anders op reageren.
  • Wat is het verschil tussen Toneelgoep Oostpool (waar Kraakman tot voor kort werkte) en Toneelgroep Amsterdam (waar ze nu een aantal maanden bij is)? TGA is groter en professioneler. Oostpool is een vriendencollectief waar de acteurs veel samenwerken en samen beslissen. TGA is een verzameling professionals die allemaal zelf verantwoordelijk zijn voor hun bijdrage.
  • Hoe ga je om met een slechte kritiek? Slikken, diep ademhalen en doorgaan.
  • De stille kracht is een eeuw oud, maar is nog steeds actueel en maatschappelijk relevant omdat het gaat over westerse arrogantie: expliciet of impliciet vinden we onze beschaving de beste is en willen we deze opleggen aan de rest van de wereld.

’s Avonds gaan de deelnemers naar de voorstelling. Maar omdat ik al kaartjes heb voor een latere datum, houd ik De stille kracht nog even tegoed. En mijn lezers dus mijn beschouwing erover.

12-9-14
Bellevue, Amsterdam

Who’s Afraid of Virginia Woolf is natuurlijk een ontzettend bekend toneelstuk. Ik heb al een paar uitvoeringen gezien en daarom liet ik vorig seizoen de versie van Toneelschuur Producties en Toneelgroep Oostpool aan mij voorbij laten gaan. Ik heb er echter zoveel goeds over gelezen en gehoord dat ik daar al snel spijt van kreeg. Gelukkig bood het Nederlands Theater Festival mij vanavond een herkansing!

Over het verhaal hoef ik weinig te zeggen, dat kent iedereen. George (Jacob Derwig) en Martha (Maria Kraakman) hebben ooit van elkaar gehouden. Na 23 jaar huwelijk zit er diep weggestopt nog wel wat wederzijdse genegenheid, maar uit teleurstelling en bitterheid over verbrijzelde verwachtingen spelen ze vooral wrede spelletjes met waarheid en leugen, waarbij ze elkaar voortdurend kleineren, vernederen en kwetsen. Tijdens een alcoholisch bezoekje van een jong stel (Sanne den Hartogh en Kirsten Mulder) bereikt de strijd tussen George en Martha een hoogtepunt – of beter gezegd: een dieptepunt. Hun afwezige zoon speelt daarin de hoofdrol.

Waarin verschilt deze uitvoering van eerdere versies, voor zover ik me die herinner? Ten eerste fungeerde het jonge stel meestal vooral als decor en als publiek bij het gevecht tussen George en Martha. Dit keer waren ze ook deelnemers en bleken ze al jong hun eigen traumaatjes te hebben. Ten tweede zat er in deze versie veel meer humor, maar die deed niets af aan de wrange treurigheid.

En wat vond ik ervan? Het blijft afschuwelijk om te zien wat mensen elkaar in hun onmacht kunnen aandoen. Derwig en Kraakman maken invoelbaar hoe hun karakters worstelen met desillusie, angst, vertwijfeling, boosheid en breekbaarheid. En het slot blijft, ook al weet je wat er gaat komen, aangrijpend. Mijn eindoordeel is dus: afschuwelijk goed.