Toneelgroep Oostpool

All posts tagged Toneelgroep Oostpool

29 juni 2018
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Ik geloof dat ik zelden een zo volle, bonte, afwisselende voorstelling heb gezien als het onderwatersprookje Ondine.

Kosten noch moeiten zijn gespaard. Je komt ogen tekort. Dat begint al buiten de zaal. De hele schouwburg is in sprookjessfeer gebracht. Ook op het podium is heel veel te zien. Decordoeken, vijvers, een waterval, een walvis, plasticsoep, kostuums en pruiken. Een waternimf, een ridder, een visser, een prinses, een illusionist, een koning, een hofdame, een varkenshoedster, een hertogin en nog een hele stoet andere personages. Veel mooie beelden en af en toe een stukje mooie tekst. Het stuk is dramatisch en luchtig, poëtisch en luidruchtig, langzaam en snel, ingetogen en uitbundig, historisch en actueel, serieus en grappig.

foto Sanne Peper

De inhoud van het stuk vond ik wat minder rijk. Met een beetje goede wil kon ik er wel wat grote thema’s en tegenstellingen in vinden: mens en natuur, trouw en bedrog, waarheid en leugen, liefde en geluk. Maar een diep of ontroerend verhaal dat je bijblijft is het niet. Dat hoeft ook niet altijd. Er is niets mis met een avond goed gespeeld vermaak.

Over goed gespeeld gesproken: ik had nog nooit van Evgenia Brendes gehoord, maar zij draagt de voorstelling. Ze is wonderlijk en betoverend en sprookjesachtig als de wereldvreemde, zuivere waternimf Ondine. En zij is het ook die de mooiste zin uitspreekt: “Dat ik ongelukkig ben, wil niet zeggen dat ik niet gelukkig ben.”

Regie: Jeroen De Man
spel: Evgenia Brendes, Joris Smit, Keja Klaasje Kwestro, Hein van der Heijden, Stefan de Walle, Jaap Spijkers, Sylvia Poorta, Mark Rietman, Vincent Linthorst, Yela de Koning, Mees Walter, Emma Josten, Simme Wouters, Teun Donders, Jurriaan van Seters, Eeke Boonstra, Mona Mina Leon, Lien Thys en Zoë Heyninck

 

10 oktober 20117
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Tony Kushner is de schrijver van Angels in America. Daarvan zag ik een geweldige uitvoering door Toneelgroep Amsterdam en een bijna even indrukwekkende door Toneelgroep Oostpool. Van Oostpool zag ik trouwens meer goede voorstellingen. Dit keer speelden ze weer een stuk van Kushner: The Intelligent Homosexual’s Guide to Capitalism and Socialism with a Key to the Scriptures or iHo. Vanwege dit alles had ik hoge verwachtingen, misschien te hoge. In elk geval ben ik vanavond een beetje teleurgesteld.

foto Daniel Cohen

 

Helaas vond ik iHo beduidend minder goed geschreven dan Angels in America. Dat lag niet aan de inhoud: met thema’s als communisme, theologie, homoseksualiteit, familie, schuld, genade en euthanasie was die rijk genoeg. Maar ik vond het verhaal lange tijd schetsmatig. De personages kwamen niet waarachtig op mij over en raakten me lange tijd niet. Dat lag niet aan de acteurs; met mensen als Hans Dagelet, Jacqueline Blom, Rick Paul van Mulligen, Sophie van Winden en Tibor Lukács waren dat niet de minsten en ze deden hun best. Maar van tweedimensionale karakters konden ze geen echte mensen maken. Het eerste deel na de pauze vond ik ronduit slecht. Alle personages waren tegelijk op het podium en ze praatten en schreeuwden voortdurend door elkaar. Het laatste deel van het stuk beviel mij het best. Toen waren er dialogen waarin de personages en hun onderlinge relaties diepgang kregen en kwamen de acteurs eindelijk tot hun recht. Er ontstond toch nog werkelijk drama en daardoor verliet ik mild positief de zaal.

21 maart 2016
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Dit keer liet ik me eens niet verrassen maar had ik me vooraf ingelezen. Ik wist dus dat Lulu eind negentiende eeuw is geschreven door Frank Wedekind (Duitsland, 1864-1918). Hij heeft het jarenlang moeten bewerken om het te mogen publiceren. Decennialang werd hij – onterecht – gezien als pornograaf die de mensen met zijn perverse fantasieën opzadelde. In 1987 werd het manuscript van de ‘oerversie’ teruggevonden, die in 1988 voor het eerst werd uitgevoerd.

Lulu wordt vaak neergezet als een mysterieuze, naïeve, onschuldige jonge vrouw die ongewild een lustobject is dat mannen willoos maakt. In deze versie is dat anders. Lulu is wat minder jong. De mannen in haar leven hebben wel degelijk een eigen wil. Allemaal zoeken ze iets en allemaal hopen ze dat bij Lulu te vinden. Wat onveranderd is, is dat het stuk voor stuk slecht met hen afloopt.

Ik vond het stuk nogal hoogdravend en de personages en hun gesprekken vaan schetsmatig. Ook Lulu kwam niet bepaald levensecht op mij over, maar Kirsten Mulder speelt haar zo fascinerend, ongrijpbaar en onbegrensd dat ze de voorstelling toch interessant maakt. Haar Lulu is soms een engelachtig meisje, dan weer een wellustige femme fatale. Ze is enorm direct en transparant, maar ook raadselachtig. Ze doorziet iedereen maar twijfelt aan alles. Ze is dartel en tragisch. Ze hunkert en ze koestert. Ze trekt aan en ze stoot af. Ze overheerst en onderwerpt zich. Ze huppelt speels over de grenzen tussen verlangen, lust, erotiek en liefde (maar pornografisch wordt het nooit). Het is steeds duidelijker dat ze als kind dingen heeft meegemaakt waardoor ze niet in staat is tot liefhebben. Ze kan alleen hebben en daartoe verleidt en gebruikt ze iedereen die ze tegenkomt. Zonder scrupules beschadigt ze de een na de ander. Maar het meest beschadigd is ze zelf.

tekst: Frank Wedekind
vertaling: Judith Herzberg
bewerking: Hannah van Wieringen
regie: Marcus Azzini
spel: Kirsten Mulder, Benja Bruijning, Marisa van Eyle, Kees Hulst, Jelle de Jong, Teun Luijkx, Martijn Nieuwerf

27-1-2016
Theater aan het Spui, Den Haag

Het eerste halfuurtje zat ik me af te vragen: Wat moet ik hier straks in vredesnaam over schrijven? Ik begreep er niets van, terwijl het heilige vuur van de spelers me de indruk gaf dat ze wel degelijk een bedoeling hadden. Gelukkig kreeg ik langzaam maar zeker het idee dat ik iets van begon te snappen.
Het gaat over twee jonge twintigers die eind jaren zestig/begin jaren zeventig kunstenaar te worden en een relatie op te bouwen. Bij die periode en dat wereldje horen veel drugs en seksuele experimenten. De vrouw wordt afwisselend gespeeld door een vrouw en een man, wat de relatie wat diffuus en androgyn maakt.

Mede door de drugs wisselt de sfeer regelmatig. Soms is die lieflijk en hoopvol. Soms filosofisch. En soms donker, agressief en gevaarlijk.
Het thema is volgens mij verlies, afscheid en verdriet.
De inhoud van de voorstelling deed mij niet zoveel. En dat terwijl de makers heel veel te vertellen hadden. Te veel, wat mij betreft. Maar Judith van den Berg, Ludwig Bindervoet, Matthijs van de Sande acteerden met veel passie, waardoor ik toch in de voorstelling gezogen werd.
Het stel slaagt niet in hun relatie, maar wel in hun kunst: hij als fotograaf, zij als liedjesschrijver en zangeres. En wat is kunst dan wel? “Kunst is zien wat anderen niet zien.”

3-10-2015
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Oostpool durft dappere keuzes te maken. Vorig seizoen speelden ze Angels in America, een stuk waarvan Toneelgroep Amsterdam een legendarische versie bracht. Oostpool maakte er een zeer geslaagde voorstelling van. Nu wagen ze zich aan Richard III. De afgelopen jaren zag ik Gijs Scholten van Aschat en Hans Kesting schitteren in de hoofdrol. Als je het niet beter kan, moet je verrassen door het anders te doen. En dat is wat Oostpool af en toe deed:
– Zo’n vijftig toeschouwers zijn aanvankelijk als figurant op het podium aanwezig.
– Enkele dramatische scènes krijgen een dosis humor, wat het stuk van wat lucht voorziet.
– Aan het eind van het stuk heeft Richard een psychose-achtige nachtmerrie waarin al zijn slachtoffers nog eens langskomen.

De personages waren voor mij uitwisselbaar. Wie is wie, wat is hun functie, wat is hun historie: het werd mij niet duidelijk of het beklijfde niet. De mannen worden allemaal van medestander tot slachtoffer. De vrouwen laveren allemaal tussen verdriet en haat.

Als de personages niet boeien, boeien hun relaties ook niet. Het moest dus allemaal komen van Roland Haufe als Richard. Richard is de slechtheid in persoon. Hij manipuleert en intrigeert, doodt en laat doden. Hij is trots op zijn slechtheid. Niets en niemand ontziend werkt hij zich met mooie woorden en lelijke daden een weg naar de troon. Ik ga Haufe niet uitvoerig vergelijken mijn de grootheden die hem recent voorgingen. Ik moet bekennen dat ik nog nooit van hem gehoord had. Hij speelt zijn rol met veel passie en energie. Maar wat mij betreft ontbrak bij hem het vileine dat Scholten er Kesting er wel in wisten te leggen. Wel draagt hij met verve de voorstelling. Samen met William Shakespeare natuurlijk, die verantwoordelijk was voor de tekst.

Lange tijd kabbelde het stuk, ondanks alle dood en verderf, zonder mij grijpen voort. Pas het laatste deel, waarin de waanzin van Richard meer nadruk krijgt, werd het spannend en meeslepend. Al met al vond ik het niet bijzonder, maar zeker ook niet slecht.

12-9-14
Bellevue, Amsterdam

Who’s Afraid of Virginia Woolf is natuurlijk een ontzettend bekend toneelstuk. Ik heb al een paar uitvoeringen gezien en daarom liet ik vorig seizoen de versie van Toneelschuur Producties en Toneelgroep Oostpool aan mij voorbij laten gaan. Ik heb er echter zoveel goeds over gelezen en gehoord dat ik daar al snel spijt van kreeg. Gelukkig bood het Nederlands Theater Festival mij vanavond een herkansing!

Over het verhaal hoef ik weinig te zeggen, dat kent iedereen. George (Jacob Derwig) en Martha (Maria Kraakman) hebben ooit van elkaar gehouden. Na 23 jaar huwelijk zit er diep weggestopt nog wel wat wederzijdse genegenheid, maar uit teleurstelling en bitterheid over verbrijzelde verwachtingen spelen ze vooral wrede spelletjes met waarheid en leugen, waarbij ze elkaar voortdurend kleineren, vernederen en kwetsen. Tijdens een alcoholisch bezoekje van een jong stel (Sanne den Hartogh en Kirsten Mulder) bereikt de strijd tussen George en Martha een hoogtepunt – of beter gezegd: een dieptepunt. Hun afwezige zoon speelt daarin de hoofdrol.

Waarin verschilt deze uitvoering van eerdere versies, voor zover ik me die herinner? Ten eerste fungeerde het jonge stel meestal vooral als decor en als publiek bij het gevecht tussen George en Martha. Dit keer waren ze ook deelnemers en bleken ze al jong hun eigen traumaatjes te hebben. Ten tweede zat er in deze versie veel meer humor, maar die deed niets af aan de wrange treurigheid.

En wat vond ik ervan? Het blijft afschuwelijk om te zien wat mensen elkaar in hun onmacht kunnen aandoen. Derwig en Kraakman maken invoelbaar hoe hun karakters worstelen met desillusie, angst, vertwijfeling, boosheid en breekbaarheid. En het slot blijft, ook al weet je wat er gaat komen, aangrijpend. Mijn eindoordeel is dus: afschuwelijk goed.

25-10-2013
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

In de @KSDenHaag verraste Toneelgroep @Oostpool mij zeer met hun versie van #HetProces. Hoe en waarom? Zie hieronder.

Vorige week zag ik De Ideale Man van Oacar Wilde: lekker licht en luchtig. Ik had verwacht dat Het Proces van Kafka het andere uiterste zou zijn: ernstig en zwaar. Maar dat was het zeker niet.

Zoals bekend gaat Het Proces over een systeem van wetten en rechtspraak. Een systeem dat zo’n rechtlijnige logica heeft, dat het absurd wordt. Die absurditeit was in mijn ogen de kern van de voorstelling. Oostpool maakte Het Proces niet grauw en grijs, maar kleurig en fleurig. De voorstelling was niet alleen maar somber en duister, maar vaak lichtvoetig en soms zelfs humoristisch. De bewerking van Oostpool was creatief, vlot en knap, met hier en daar geestige vondsten. En er werd zonder uitzondering overtuigend geacteerd. Vanwege dit alles vond ik Het Proces niet alleen verrassend maar ook verrassend goed!